Ik ben Catootje
Ik ben Catootje. Een Mercedes LP608 uit 1968. Zeven meter dertig lang, een kleine zes ton zwaar en voorzien van een OM314-dieselmotor die ooit 81 pk had en daar tegenwoordig ook nog steeds niet meer van heeft gemaakt. Ik ben dus niet bepaald een snelle dame. Toen Mark en Magriet mij voor het eerst zagen, stond ik ergens waar oude vrachtwagens terechtkomen als niemand meer precies weet wat ermee moet. Zij zagen geen oude vrachtwagen. Zij zagen een camper. Dat bleek achteraf een kwestie van interpretatie. Ik kreeg een nieuw leven. Een interieur. Een keuken. Een toilet. Een bed. Zonnepanelen. Een kachel. Water aan boord. En een naam. Catootje. Dat klinkt vriendelijk. Dat ben ik meestal ook. Maar ik ben nog steeds een vrachtwagen uit 1968. Als ik een berg op moet, dan moet je daar even de tijd voor nemen.
Inmiddels weet ik de weg
Sindsdien hebben we nogal wat kilometers gemaakt. Meer dan 40.000 inmiddels. Door meer dan 22 landen. Van Nederland naar het zuiden van Europa en weer naar het noorden. Door Duitsland, Frankrijk, België, Denemarken, Zweden, Noorwegen en Finland. Door Polen, Slowakije, Hongarije, Slovenië, Kroatië, Bosnië, Albanië en Griekenland. En nog een heleboel landen waar ik nu niet meteen op kom. We stonden aan zee, boven op bergen, tussen de bomen en op plekken waar je eigenlijk helemaal niemand verwacht. In Griekenland stonden we een keer aan het einde van een doodlopend weggetje. Zee voor ons. Verder niets. Dat zijn de plekken waar ik het liefst sta. Niet op een camping met een slagboom, een animatieteam en een zwembad waar om negen uur 's ochtends al handdoeken op liggen. Geef mij maar een stuk grond waar je niet precies weet of je er wel mag staan. Dat rijdt een stuk prettiger.
Het noorden
In Noorwegen kwam ik tot de Noordkaap en reed ik over de Lofoten. In Finland reed ik door eindeloze bossen en langs meren waar het zo stil was dat je vanzelf zachter gaat praten. In Zweden kwamen we op plekken waar de weg eigenlijk ophield, maar wij nog niet. Dat is een voordeel van een oude vrachtwagen. Je hoeft niet overal als eerste te zijn. Je moet alleen zorgen dat je weer wegkomt. Ook in Sápmi kwamen we. Dat gebied kennen veel mensen vooral onder de naam Lapland, maar daar wonen natuurlijk gewoon Sami en die hebben daar een eigen geschiedenis, cultuur en land. Ik ben er vooral doorheen gereden. Dat is ook een manier om ergens respect voor te hebben.
En dan het zuiden
Albanië vond ik ook leuk. Bergen, slechte wegen en hellingen waarvan Mark vooraf zei dat het allemaal wel zou lukken. Dat zegt hij vaker. In Griekenland mocht ik met mijn wielen bijna het strand op. In Bosnië stonden we bij watervallen. In Kroatië reden we langs de kust. En in Italië leerden we dat een eenvoudig loket soms een compleet avontuur kan worden. Dat was op weg naar Griekenland. Maar daar vertel ik later nog wel eens over. Ik heb inmiddels zoveel gezien dat ik de meeste dingen niet eens meer precies kan plaatsen. Dat klinkt alsof ik vergeetachtig ben. Dat ben ik ook. Maar het voordeel daarvan is dat iedere plek weer nieuw voelt.
Een beetje groot
Ik ben trouwens niet klein. Zeven meter dertig is best een eind als je ergens een smal straatje in rijdt en halverwege ontdekt dat er ook nog iemand uit de andere kant komt. Dan wordt er gekeken. Door mij. Door Mark. Door de tegenligger. En meestal door iemand op een terras die onmiddellijk begrijpt dat dit interessant gaat worden. Ik ben bijna zes ton zwaar en heb dubbele achterwielen. Dat klinkt allemaal indrukwekkend, maar boven op een bergpas met een lange rij auto's achter je voelt het toch vooral als een reden om rustig te blijven. Mijn motor doet wat hij moet doen. Niet meer. Niet minder. 81 pk. Daar moet je het mee doen. En dat doen we dan ook.
Mijn familie
Ik ben inmiddels onderdeel van de familie. Mark rijdt. Magriet zit ernaast. Myrthe en Marlijn zijn groot geworden terwijl ze met mij onderweg waren. Ik heb gesprekken gehoord die ik niet had hoeven horen en stiltes meegemaakt die juist heel mooi waren. Ik heb regen op mijn dak gehad, sneeuw gezien, zand in mijn wielen gehad en dagen meegemaakt waarop we nergens naartoe hoefden. Dat zijn vaak de beste dagen. Want uiteindelijk gaat het niet om hoeveel landen je hebt gezien. Het gaat om waar je 's avonds staat. En met wie. Ik ben dus geen nieuwe camper. Ik heb geen automatische versnelling, geen airco die je via een app kunt bedienen en geen televisie die groter is dan mijn eerste keuken. Ik ben gewoon Catootje. Een oude Mercedes uit 1968. En zolang mijn motor het doet, blijven we rijden. Er zijn nog genoeg wegen waar ik nog nooit ben geweest. Dat komt goed uit. Ik heb tenslotte de tijd.