Een krootje dus

Mijn vrouw vroeg wat we vanavond zouden eten. Ik zei: bietjes. Ze zei niets. Dat was goed. Bij bietjes hoeft men elkaar niet te overtuigen.

Sommige mensen vinden iets kleins groot schrijven tijdverspilling. Ik noem het een ondergewaardeerde kunstvorm. Een bietje is daar een uitstekend voorbeeld van.

Wij eten vanavond bietjes. Wij zijn bietjespuristen. Er zijn rode bieten, gele bieten, witte bieten en bieten met van die ringen erin. Als je zo'n biet doorsnijdt, ziet hij eruit als een dartbord. Alleen heb je bij een dartbord nog de bedoeling dat er iemand iets in gooit. Wij gaan voor de rode variant. In mijn Rotterdamse dialect heten dat krootjes. Achter grootmoeders hutje hangen drie krootjes op een klutje. Dat zegt men dan zo op zijn Rotterdams. Dat breng ik u gratis en voor niets bij. Probeert u dat maar eens vijf keer snel achter elkaar te zeggen.

Dat dus.

De echte Rotterdammer laat zich zo gelijk zien.

Afijn. Het bietje gaat als zaadje de grond in en komt er als bietje weer uit. Daar zit iets moois in. Geen gezeik. Gewoon een bietje. Wij koken ze met azijn en suiker. Peper erbij. Een uitje. Zo hoort het. Althans, zo heb ik het van huis uit meegekregen.

Ik kreeg ooit een ander recept waarin merg stond. Dat vond ik wel wat. Merg bij een krootje. Er zijn grenzen aan eenvoud, maar je moet ze ook een keer opzoeken. Dan heb je nog de snijvorm. Wij prefereren de rasp. Dat glijdt soepel. Het krootje wordt zacht en fijn en vermengt zich met het vocht alsof het daar altijd al voor bedoeld was.

De ander zweert bij blokjes. Of schijfjes. Daar kun je uren over praten als je niets beters te doen hebt.

Wij eten het dus geraspt. Met een kruimige aardappel en een vette jus. Het liefst aangevuld met een klassieke gehaktbal. Als u vegetarisch eet, leest u daar maar iets anders voor. Een bal is uiteindelijk ook maar een vorm.

Het gaat om het mondgevoel.

Dat is met bieten net zo belangrijk als met mensen. Je kunt iemand aardige dingen zien doen, maar uiteindelijk gaat het er toch om hoe hij in de mond ligt.

Een krootje dus.

Rood. Geraspt.

Meer hoeft het niet te zijn. Lekker ouderwets. Met een balletje.