De stippen moesten erop

Een column van Mark van der Werf

Er zijn van die dingen waar je op een ochtend ineens tegenaan kijkt en waarvan je denkt: ja, dat is eigenlijk wel mooi.

We stonden vroeg op. Het brood was al in de oven en buiten was het nog rustig. We stonden op het grind van een parkeerplaats die ergens tussen een boerderij, een bakkerij en een verdwaald museum in hing. Zo'n plek waarvan je niet precies weet wat het is, maar waar je wel brood kunt kopen. Dus het is goed.

Voor ons stond een houten wand. Gewoon hout. Tenminste, dat had het kunnen zijn. Iemand had daar kennelijk anders over gedacht. Er hingen houten hartjes. Schildjes. Een hondje. Een vlinder. Een ovaal bordje waarvan ik niet helemaal begreep wat het voorstelde. Een mandje, denk ik. Overal bloemen. Rode klaprozen, groene sprieten, roze dingen. En paddenstoelen met witte stippen.

Je vraagt je af hoe zoiets gaat. Althans, dat doe ik dan. Iemand zit op een middag aan tafel. Er ligt een plankje. Er ligt een figuurzaag. Er staat een potje rode verf. En dan denkt die iemand: ik ga een hartje maken.

Waarom? Geen idee.

Niemand had erom gevraagd. Er hing vermoedelijk ook geen tekort aan harten aan de muur. Maar het werd een hart. Daarna kwamen de bloemen. En toen de paddenstoel. En iemand heeft vervolgens met een klein kwastje die witte stippen erop gezet. Allemaal met de hand.

Dat zijn toch de momenten waarop je had kunnen denken: ach, laat maar. Die paddenstoel is zonder stippen ook wel een paddenstoel.

Maar nee.

De stippen moesten erop.

Ik heb vroeger trouwens ook gefiguurzaagd. Ik kwam niet veel verder dan een Donald Duck, maar u moet begrijpen: ik was denk ik tien jaar oud. In de jaren tachtig nam Donald Duck bij nogal wat kinderen een belangrijke plek in. Bij mij ook. Hij kwam op zaterdagochtend en dat was even een moment. Elke week weer.

Je had verder geen idee wat er in de wereld gebeurde. Dat was eigenlijk wel prettig.

En dan denkt u: Van der Werf, daar heb je hem weer. Jij roept altijd maar dat vroeger alles beter was.

Dat zeg ik niet.

Maar het was wel een stuk rustiger. En dat was zo gek nog niet.

Ik weet niet meer hoe lang ik aan die Donald Duck heb zitten zagen. Waarschijnlijk veel te lang, gezien het resultaat. Hij leek op het laatst meer op een eend die iets was overkomen dan op Donald Duck. Maar ik had hem gemaakt. Dat vond ik toen belangrijk.

Misschien vind ik daarom die houten rommel wel aardig. Wij zijn tegenwoordig nogal van het opruimen. Alles strak. Alles praktisch. Liefst ook een beetje onderhoudsvrij. Hout moet vooral niet te veel gaan leven, want dan moet je er weer iets aan doen.

Een muur is een muur. Een plankje is handig als je er iets op kunt zetten. Maar hier stond dus iemand met een figuurzaag en kennelijk tijd over. Die zag een stuk hout en dacht aan een hart. Daarna aan bloemen. En ergens onderweg kwam er ook nog een paddenstoel bij.

Ik vind het mooi. U kent mij inmiddels een beetje. Ik ga goed op dit soort taferelen. Niet omdat ze bijzonder zijn. Juist omdat ze dat niet zijn.

Je ruikt het verse brood, kijkt naar die houten verzameling aan de muur en denkt ineens aan een jongen van tien met een figuurzaag.

Mijn Donald Duck is allang weg.

De paddenstoel hangt er waarschijnlijk nog.

Mocht u er ooit langs komen: kijk even.

En let op de stippen.

Meer verhalen van Mark van der Werf
Bekijk mijn boeken en reisverhalen →