Een typemachine van vier euro
Ik doe het graag, kringlopen. Niet eens zozeer omdat ik iets nodig heb. Meestal heb ik helemaal niets nodig. Dat is juist het allermooiste. Je loopt naar binnen tussen spullen waar een ander vanaf wilde en kijkt of er toevallig iets tussen staat waar jij ook weer vanaf had gekund, maar waarvan je nu ineens denkt: dat neem ik mee.
Het is een prachtige vorm van hergebruik. En je kijkt een beetje in het leven van een ander. Een servies dat ooit op tafel stond bij mensen die je niet kent. Een boek met een naam voorin. En soms of vaak staat er ineens iets waarvan je denkt: ja hoor. Dat.
Gisteren liepen we een kringloop binnen die opnieuw was geopend. Er waren geloof ik wat problemen geweest. Nu was er een nieuwe start. Dat betekende vooral dat de ruimte ongeveer gehalveerd was door een muur van cellenbetonblokken. Er stonden weinig meubels. Eigenlijk bijna geen meubels. Er was ook geen inbreng. Het zag er wat karig uit. Een beetje alsof iemand de kringloop had opgeruimd en daarna was vergeten hem weer vol te zetten. Maar goed. Er was wat te snuffelen.
En toen stond daar ineens een typemachine. En normaal loop ik door. Maar dit is een mooie gele en van het goede merk.
Vier euro.
Je hebt dingen waar je helemaal niets aan hebt en die je toch moet hebben. Dit was er zo een. Althans. Misschien is het wel eens leuk.
Ik moest meteen denken aan de typeles op school. Die kregen wij van een oudere vrouw met een kar vol typemachines. Zij was toen al ouder dan deze typemachine nu is. Iedere donderdagmiddag kwam ze door de gang. Je hoorde haar al voordat ze er was. Het ratelen van de wieltjes van het karretje. Het piepen bij een deur. Dan kwam ze om de hoek.
Ze liep krom.
Niet een beetje krom. Echt krom. Zo krom dat ze ongeveer dezelfde hoogte had als haar typemachines. Ze trok het karretje achter zich aan alsof ze samen met het ding op weg was naar een andere eeuw. Waarschijnlijk door jarenlang die typemachines sjouwen. Ze had dan ook geen gewoon bedrijf. Het heette instituut Bajema. Een instituut voor typemachines. Afijn.
Dan werden de machines uitgedeeld en begon het.
Tik tik tik tik.
Een dik uur lang.
Memo. Factuur. Brief. Tab. Papier eruit. Nieuw papier erin. En weer verder. Wij vonden het vooral veel herrie. De bedoeling was dat je leerde typen zonder naar je vingers te kijken. Dat was belangrijk. Waarom weet ik eigenlijk niet meer. Waarschijnlijk omdat er toen nog mensen waren die vonden dat je met een typediploma ergens zou kunnen komen.
Ik deed examen en haalde 164 aanslagen per minuut.
Mijn ouders waren er trots op.
Een typediploma was iets voor je toekomst. Daar had je wat aan. Net als een zwemdiploma, maar dan voor kantoor.
En nu stond er dus, tientallen jaren later, weer zo'n ding op tafel.
Mijn dochter keek ernaar alsof ze een apparaat uit een museum had gekregen. Er zit geen scherm op. Geen oplader. Je kunt er niets mee delen. Er komt ook geen geluidje als je klaar bent. Hoogstens een ping aan het eind van de regel. Je moet er gewoon op drukken.
En toch is het leuk.
Je doet een vel papier erin. Je gaat zitten. Je begint te tikken. En als je een fout maakt, staat die fout daar. Gewoon. Niks terug. Niks wissen. Geen knopje waarmee je doet alsof het nooit gebeurd is. Wellicht een typex papiertje er tussen.
En toen dacht ik ineens aan brieven. Zijn er eigenlijk nog mensen die een brief schrijven? Niet zo'n kaartje met gefeliciteerd en een handtekening eronder. Nee, echt een brief. Een paar velletjes papier. Aan iemand. Gewoon omdat je iets te vertellen hebt.
Een mooie brief aan iemand is bijna een kunstwerk. Mijn vrouw kreeg vroeger iedere week een brief van haar oma. Zij leeft helaas niet meer. We hebben er nog een hele doos vol van. Het waren een soort dagboeken. Ze begonnen vaak gewoon met: Ik dacht, even naar Rotterdam. En dan volgde de rest. Wie er op visite was geweest. Wie er ziek was. Wie er niet lekker was. Wie er ruzie had. Wat er gegeten was. De buurtroddels. Het weer. Van alles eigenlijk. Dingen waarvan je je nu afvraagt waarom iemand ze opschreef. En juist daarom zijn ze zo leuk. Bij het teruglezen hoor ik haar praten.
Met Sinterklaas kwam er standaard een pak mooi briefpapier onze kant op. Dan moesten wij natuurlijk terugschrijven. Dat deden we sporadisch. Meestal kwam het niet verder dan een kaartje.
Waarom eigenlijk?
Wanneer zijn we ermee opgehouden om elkaar gewoon een paar velletjes te sturen? Wanneer werd alles een appje, een duimpje, een foto met “kijk eens waar we zijn”?
Een brief blijft liggen. Die gooi je niet zomaar weg. Je stopt hem in een la. Of in een doos. En twintig jaar later haal je hem er weer uit en weet je ineens weer hoe iemand schreef.
Misschien moet ik dat ding toch eens gaan gebruiken.
Niet voor een memo.
Een brief.
Aan iemand die ik al een tijdje niet gesproken heb.
Eens kijken of ik het nog kan.