Het mandje met de theedoek in de kerk
Ik liep er eigenlijk zomaar tegenaan.
Kijk er maar eens naar.
Is het een schip? Ja, in zekere zin wel. Het schip van een kerk. Of in ieder geval het deel onder de toren.
Eens in de zoveel tijd is de kerk van ons dorp open. Dan kun je even naar binnen kijken. Ik ben niet zo gelovig. Ik kan haast niet meer anti zijn. Ik ben gewoon zo opgevoed. Met respect voor zoiets. Maar goed.
Het gaat mij om dat mandje.
Dat mandje met die theedoek.
Wat doet dat daar? Had u het al gezien?
Het blijkt dus dat je hier kunt slapen. Als je op bedevaart bent. Of gewoon op fietstocht en een kaart hebt dat je lid bent van een soort wandelclub. Er staan stretchers in de kerkzaal en daar kun je dan slapen. En als je 's ochtends wakker wordt, staat er een ontbijt voor je klaar.
Daar is dat mandje dus voor.
Met die theedoek.
Je gaat je toch afvragen wat erin zit.
Broodjes. Croissant. Boter. Jam. Een gekookt eitje misschien. Ik zou het niet weten.
De meeste mensen zouden even kijken.
Ik niet.
Ik zou wachten tot de ochtend.
Als je dan wakker wordt en dat mandje staat er nog, dan mag die theedoek eraf.
Ik zou er zelf niet zo snel gaan slapen. Ik kan mij voorstellen dat het prachtig is. Midden in de nacht wakker worden en dan gewoon in een kerk liggen. Buiten donker. Binnen een beetje kou van de stenen.
Ik vind het vooral gezellig. Niet dat slapen hoor. Ik leg het u even uit.
Als ik 's avonds de hond uitlaat, brandt er een lampje in de kerk. Verder is het donker. Dan zie je dat licht door de ramen. Dat is eigenlijk alles. Dat vind ik gezellig.
Wij Nederlanders houden van gezellig. Ik maak mij daar ook schuldig aan.
Ik tel af naar kerst.
Een boom op het pleintje. Versierde huizen. Feestpalen. Dat doe je in een dorp. Een feestpaal. Leg ik ooit nog wel eens uit.
Het doet mij denken aan Anton Pieck. Schaatsers. Een koek en zopie. Dikke jassen. Rode neuzen. Warme chocolademelk.
Ik ken die prentjes van vroeger. Mijn ouders hadden een map met prentjes. Mooi. En om de zoveel tijd kwam er in de lijst in de kamer een ander Anton Pieck kunstwerkje.
Er staat hier dus ook een tafel. Een dinertafel. Althans, niet op de foto. Een andere tafel. Je kunt hier eten. In de kerk. Bij de stretchers waar je op slaapt. Ik weet niet precies hoe zo'n ruimte heet. Kerkzaal, denk ik.
Hij is prachtig gedekt.
Dat is wel netjes.
Kun je het mandje daar mee naartoe nemen. Naar de kerkzaal.
Ik zou mijn bordje oppakken en naar het schip lopen.
De mand is immers hier en niet daar.
Ik zag dat mandje met die theedoek en dacht alleen maar: daar wordt dus ook ontbeten.
En dat vond ik gezellig.
Eigenlijk hoef ik dan ook niet te weten wat erin zit.