Het regent
Het regent. Niet hard. Gewoon regen. Van die zachte zeikregen. Ik weet ook niet hoe we het anders noemen.
Zo’n regen waarvan je na een tijdje denkt: nou ja, dan gaan we vandaag dus niet naar buiten. Ook goed. We zitten binnen en kijken naar buiten. Water. Mist. Er loopt niemand. Er rijdt niemand. Er gebeurt eigenlijk helemaal niets.
Ik vind dat heerlijk. Ik ga daar lekker op.
Voor ons ligt een meer. Daar valt regen op. Je ziet kleine kringetjes op het water. Niet eens bijzonder mooie kringetjes. Het zijn gewoon kringetjes. Regen doet dat. Kringetjes maken. Niet op het land. Maar wel op het water.
Achter het meer ligt een bergkam. Of eigenlijk zou die daar moeten liggen, want de helft zit in de mist. Af en toe komt er een stuk tevoorschijn. Dan zie je ineens weer rots. Even later is het weg.
Ik zit ernaar te kijken.
Thuis vind ik regen trouwens ook niet vervelend. Liever ’s nachts. Dat dan weer wel. Dan lig je in bed en tikt de regen op het schuine dak. Zo’n gezellig getik waarvan je vanzelf wat dieper onder je deken kruipt. Je hoeft nergens heen. Het regent toch.
En dan word je ’s ochtends wakker en is het droog.
Je stapt naar buiten.
Dat licht dan. Begrijpt u me?
Ik weet niet hoe je dat moet beschrijven. Het is niet gewoon licht. De zon komt net op, het gras dampt nog een beetje en alles lijkt even nieuw. En die geur van natte grond en gras.
Daar kan ik ook heel gelukkig van worden.
Afijn.
Overdag is regen toch iets anders.
Thuis zou ik inmiddels al drie keer op mijn telefoon hebben gekeken. Waarschijnlijk zou ik ook alweer iets moeten doen. De hond uitlaten. Iets ophalen. Ergens op tijd zijn. Er staat altijd wel ergens een klok die vertelt dat je eigenlijk alweer te laat bent.
Hier niet.
Hier kijk je naar een berg die verdwijnt.
Dat kan uren duren.
Je hoeft er niets van te vinden. Je hoeft het niet met iemand te delen. Er hoeft zelfs niemand te weten dat je hier zit.
Je kunt gewoon kijken.
Dat zijn we een beetje verleerd. Dat leg ik u even uit. We zijn het echt verleerd.
We kijken de hele dag. Naar schermen, berichten, filmpjes, nieuws, mensen die ergens iets van vinden. Alles vraagt vervolgens weer iets van je.
Dit niet.
De regen vraagt niets.
De berg ook niet.
Soms komen er wat gedachten. Dingen die nog moeten. Iets van gisteren. Iets wat ik vergeten ben. Dan verdwijnen die ook weer.
Blijkbaar kan dat dus gewoon. Het voelt een beetje als wat je als klein kind deed. Achter in de auto doelloos naar buiten staren terwijl je ouders je ergens heen brengen.
Ik kijk nog eens naar buiten. De berg is nu helemaal weg. Niet verdwenen natuurlijk. Hij staat er nog. Alleen zie je hem niet. Dat vind ik eigenlijk wel een prettig idee. Je hoeft niet alles te zien om te weten dat het er is.
En verder gebeurt er niets.
Het regent gewoon.
Ook wel eens lekker. Gewoon regen.