Met de camper en de hond naar Griekenland

Wij hadden een camper, een hond en een ticket naar Griekenland. Meer hadden we volgens mij niet nodig.

Het was eind maart. We stonden met Catootje op een terrein tussen vrachtwagens, touringcars en andere voertuigen die allemaal aanzienlijk groter waren dan Catootje. We wilden naar Griekenland. We waren in Italië. Bari om precies te zijn. Dan pak je de boot. Dat was althans het idee.

Eerst moesten we het loket vinden. Dat bleek minder eenvoudig dan gedacht. Na een kwartier doelloos rondrijden over het haventerrein vond iemand het blijkbaar wel genoeg. Hij wees ons naar het havenkantoor. Daar zat een mevrouw achter glas.

Ik had online camp on board geboekt. Voor de duidelijkheid: dan slaap je tijdens de overtocht gewoon in je eigen camper op het dek. Ik vond dat wel wat. Catootje bij ons, hond bij ons, bed bij ons. Ik zag leunen met zeezicht in de avond. Klaar. Alleen was het eind maart. Camp on board begon op 1 april. Dat stond kennelijk ergens. Niet op een plek waar ik het had gezien. Sterker nog: ik had het gewoon kunnen boeken. En dat deed ik dus.

Ik vertelde dat aan de mevrouw. Zij vertelde mij dat het niet mocht. Ik zei dat ik het toch had geboekt. Zij zei dat het niet mocht. Ik zei dat ik dat inmiddels begreep. Toen begon ze te gillen. Ik ook een beetje. Zij harder.

Op een gegeven moment hield ik maar mijn mond. Niet omdat ik ineens vond dat zij gelijk had, maar omdat ze inmiddels dreigde dat we helemaal niet mee mochten. Dat zou ook jammer zijn geweest. We stonden tenslotte al in Bari.

Er moest een hut komen. Met een hond. Dat was ook nog een ding. Jeetjemineetje meid kalmeer dacht ik nog. Adem in, adem uit.

Daarna moest Catootje aan boord. Mijn eerste grote veerboot met Catootje. Ik had geen idee welke Italiaan ik moest volgen. Er stonden overal mensen te wijzen. Naar links. Naar rechts. Vooruit. Stop. Nog een stukje. Dus deed ik maar wat. Het werd een soort slalom over het haventerrein en vervolgens de boot op, tussen vrachtwagens en hekken door. Catootje paste er allemaal wonderwel tussen. Dat ging eigenlijk prima. Ik had er alleen niets mee te maken.

Uiteindelijk stonden we aan boord. Catootje stond ergens geparkeerd en ik begon zowaar te denken dat het ergste achter de rug was. Dat was een vergissing.

We moesten nog naar de hut. Voor het gemak hadden ze die tussen een schoolreisje in gepland. Een hele groep Italiaanse kinderen, zo te horen. Ze waren enthousiast. Heel enthousiast. Zo enthousiast dat ze een groot deel van de nacht keet hebben getrapt en op de muren hebben gebonkt.

Ik lag ondertussen in een hut waarvan ik inmiddels wist dat ik er spijt van had. U moet weten, ik hou nogal van rust. De volgende ochtend was ik dan ook dolblij met mijn eigen camperbed. Achteraf had ik best op het dek willen slapen. Camp on board bleek ineens een uitstekend idee. Ik stelde in de nacht al camp on deck voor. Tot de boot om zes uur 's ochtends de eerste tussenstop maakte en de scholieren eraf bleken te gaan.

Toen was het idee ook weer snel voorbij. Ik begon me ineens druk te maken over hoe koud en hard het dek zou zijn. En of ik in de weg zou liggen. Dus bleef ik in mijn hut. Ik kon ook niet anders, want in de algemene ruimtes lagen mensen zonder hond op de banken en stoelen te slapen. Onder allerhande dekens en jassen.

Gekke is dat je daar uiteindelijk, als je uit je hut moet, met een kopje koffie tussen gaat zitten en nog zachtjes doet ook. Alsof er thuis iemand op je keukeneiland ligt te slapen en jij ernaast zachtjes een eitje staat te bakken.

Afijn.

Als u uw geduld eens wilt testen, kan ik eind maart naar Griekenland met een camper en een hond aanbevelen. Eerst een Italiaanse mevrouw die tegen u gilt en daarna een schoolreisje naast uw hut. Je komt nog eens ergens.