Visvliet: waar de trein nog wel komt, maar niet meer stopt
Een column van Mark van der Werf
Visvliet is zo'n plaats waar de trein wel komt, maar u er niets aan heeft. Dat klinkt wat onaardig, maar zo is het wel.
Er is geen station meer. Geen perron en zelfs geen bord langs het spoor dat u eraan herinnert dat hier ooit mensen stonden te wachten. Midden in het dorp hangt nog wel een blauw bord met Visvliet erop. Aan de buitenkant van het archief. Als u niet wist dat hier ooit een station was, zou u er gewoon langs lopen.
Dat archief wordt bijgehouden door een paar mensen die alles bewaren wat Visvliet ooit te zeggen had. Oude foto's, papieren, spullen. Dingen waarvan je denkt: waarom heeft iemand dit ooit bewaard? Maar goed.
Ik was er. En verwonderde me over het bord. Ik kan genieten van kleine museums. Bijvoorbeeld het Abel Tasman museum in Lutjegast. Afijn. Ik zal u er verder niet mee vermoeien.
Visvliet.
Dat doet me denken aan een oude stoomtrein. We gingen op Open Monumentendag vanaf Rotterdam Centraal een ritje maken. Ik was nog een kleine guppekop en vond dat prachtig. Na afloop kreeg ik een grote poster van die trein. Mijn vader plakte hem vakkundig op een stuk hout en jaren hing dat ding boven mijn bed. Ik kende die trein op den duur beter dan sommige andere zaken.
Afijn. U begrijpt mijn nostalgische gevoel.
Ik weet niet of er in Visvliet ooit stoomtreinen reden. Ik ga nu niet doen alsof ik dat weet. Er was wel een stationsgebouw.
En als ik aan zo'n oud station denk, zie ik geen klein gebouwtje met een loket en een fietsenrek. Ik zie een soort Groningen Centraal, maar dan heel klein. Echt heel klein. Een hal met hoge ramen, een tegelvloer die een beetje glimt, een klok aan de muur en een loket. Er hoefden in Visvliet tenslotte ook geen duizend mensen tegelijk naar binnen.
Stations zijn trouwens onderschatte gebouwen. Vooral die oude vertrekhallen. Mensen moesten wachten op een trein. Laten we er dan meteen iets moois van maken.
In het Spoorwegmuseum staat zo'n koninklijke vertrekhal. Marmer, hoge plafonds, lampen. Ik vind dat prachtig. Je krijgt er alleen wel het idee dat de trein naar Leeuwarden ieder moment kan worden vervangen door een staatskoets. Maar mooi is het wel. We zijn dat een beetje kwijt geraakt.
Zo stel ik me Visvliet ook een beetje voor. Alleen dan kleiner. Een nette deur, een paar ramen, een loket. Een kachel misschien. Een man erachter.
Er komt iemand binnen.
Waar gaat u heen?
Leeuwarden.
Dat is dan zoveel gulden.
Kaartje in het bakje. Datumstempel erop.
Klak.
En klaar.
De man loopt naar buiten. Fiets tegen het hek. Wachten. Het is vroeg. Hij kijkt een keer op de klok en daarna naar het spoor.
De trein komt.
Hij stapt in.
Zo moet dat ongeveer zijn gegaan. U moet er zelf maar even een muziekje bij denken. Ennio Morricone kan er altijd wel bij.
Later verdween het stationsgebouw. Er bleef een perron over. Een bord. Visvliet. Dat was eigenlijk ook wel genoeg. Er lag spoor, er stond een bord en er kwam een trein. Je kon instappen en ergens anders weer uitstappen.
Tot ook dat ophield.
Het spoor bleef liggen. De treinen bleven rijden. Alleen de halte verdween. Nu rijden ze allemaal voorbij. U staat daar en kijkt naar treinen naar Groningen en Leeuwarden. Zelf kunt u nergens heen. Althans niet met de trein. En staan is ook een ding. Het perron is ook weg. Wie vanuit Visvliet met de trein wil, moet eerst een eind fietsen.
Dat blauwe bord hangt inmiddels midden in het dorp aan de buitenkant van het archief. Een keer per maand gaan de deuren open. Dan kunt u zien wat er vroeger allemaal was. Het kan ook op afspraak, maar daar ben ik niet zo van.
Het station staat er niet bij.
Het bord wel.
Visvliet.
En er is nog wel een vertrekstaatje.
Daar heb je ook niet zoveel aan als de trein niet meer stopt.